Oplossingsgerichte therapie

Oplossingsgerichte therapie

In mijn hypnotherapeutische werkwijze integreer ik regelmatig ‘solution-focused therapy’, in Nederland ook wel oplossingsgerichte therapie genoemd. Oplossingsgerichte therapie is een gesprekstherapie, die gebruik maakt van een aantal aan de hypnotherapie verwante principes.

Zij is een therapeutische benadering, die zich door middel van specifieke vragen, richt op de aard van de oplossingen. Met name in de voor- en nagesprekken maak ik er gebruik van.

 Inleiding

Houden andere therapieën zich bezig met de aard van het probleem, solution-focused therapy (oplossingsgerichte therapie) houdt zich bezig met de aard van de oplossing. Oplossingsgerichte therapie richt zich vooral op wat de cliënt al goed doet, en op wat er anders is wanneer zijn of haar probleem zich even niet voordoet, minder erg is, of wanneer het al opgelost zou zijn.

Oplossingsgerichte therapie is niet geïnteresseerd in psychopathologie, de mogelijke oorzaken van de klachten en problemen, of het verleden. Zij is alleen geïnteresseerd in het verleden in zoverre het de successen van de cliënt of het gezin betreft.

Oplossingsgerichte therapie stelt veel belang in de interne en externe hulpbronnen van de cliënt.

De therapeut is geïnteresseerd in wie of wat een positief, gewenst effect op de cliënt heeft, waar hij of zij goed in is, wat hij of zij graag doet, zijn of haar hobby’s, en dergelijke. Oplossingsgerichte therapie gaat ervan uit dat de cliënt alle hulpbronnen voor verandering al in huis heeft.

Oplossingsgerichte therapie is in zijn ontstaansgeschiedenis sterk beïnvloed geweest door de brief therapy (kortdurende therapie) van het Mental Research Institute (MRI) in Palo Alto te Californie (V.S.).

Voor zowel het MRI als de oplossingsgerichte therapie was Milton Erickson (de grondlegger van de moderne hypnotherapie) een belangrijke inspiratiebron. Zo is bij de oplossingsgerichte therapie de veelgebruikte ‘wondervraag’ rechtstreeks afgeleid van Erickson’s ‘pseudo-oriëntatie in de tijd’. Dit laatste is een techniek waarbij men zich in hypnose verplaatst naar een probleemvrije toekomst.

Toch is oplossingsgerichte therapie niet echt vanuit een theorie ontwikkeld (zoals zoveel andere therapieën), maar vooral ontstaan vanuit een inductieve, empirische invalshoek. Dat wil zeggen door goed te observeren, te kijken naar wat in therapie echt helpt.

Vuistregels in de oplossingsgerichte therapie zijn: houd het simpel, als het werkt repareer het dan niet en als het niet werkt, doe dan iets anders.

 Problemen en gewoontevorming

Problemen zijn volgens de oplossingsgerichte therapie niets anders dan goed bedoelde, niet-succesvolle pogingen om alledaagse moeilijkheden op te lossen.

Verkeerde manieren van omgaan met moeilijkheden kunnen te maken hebben met het niet doen van iets wat gedaan had moeten worden (probleemontkenning) of juist, vanuit het streven naar utopische oplossingen, het doen van iets wat niet gedaan had moeten. Daarbij zijn mensen gewoontedieren. Gewoontevorming heeft als functie om de illusie van stabiliteit in een steeds veranderende wereld in stand te houden.

Niet werkzame oplossingen worden steeds maar herhaald (self – reinforcing patterns of action and thought) en leiden zo tot steeds grotere problemen.

Een vader die zijn dochter in de puberteit tracht te controleren drijft haar tot steeds verdere rebellie, wat weer verdere pogingen tot controle oproept (zogenaamde ‘circulaire causaliteit’). Iemand met slaapproblemen probeert harder en harder te slapen, terwijl dat alleen spontaan kan gebeuren.

Vaak komen cliënten met de mededeling dat ze al alles hebben geprobeerd. Bij nader doorvragen blijkt het meestal om oplossingen/gedragingen te gaan van een zelfde soort of klasse. Bijvoorbeeld ouders die hun bedplassende kind op steeds weer andere manieren proberen te straffen voor dit gedrag. De gepoogde oplossingen blijven dan echter beperkt tot de klasse van bestraffing.

Wat therapie betreft gaat het volgens de oplossingsgerichte therapie erom, om in ieder geval minder te doen van wat niet werkt en meer te doen van hetgeen anders is (“doe iets anders”). Nog beter is, om meer te doen van wat helpt, namelijk datgene wat iemand doet als het probleem er tegen de verwachting in even niet is, of wanneer het al opgelost zou zijn.

Andere uitgangspunten

Circulaire causaliteit

Anne heeft geen zin in seks omdat Pieter afstandelijk doet en Pieter doet afstandelijk omdat Anne geen zin heeft in seks.

De één beïnvloedt de ander en omgekeerd. Je kunt niet stellen wat er eerder (als oorzaak) is: ‘de kip of het ei.’

Zowel Anne als Pieter kunnen in het bovenstaande voorbeeld als ingang dienen voor verandering, waarbij verandering van de één tot verandering van de ander zal leiden. Volgens de oplossingsgerichte therapie is het dus mogelijk om een gezinssysteem te veranderen via een gezinslid.

Slecht een kleine verandering is nodig

Wanneer cliënten kleine veranderingen (verandering is onvermijdelijk) beginnen op te merken en te waarderen, gaan zij verdere verandering verwachten.

Het is niet nodig om veel over het probleem te weten om het te kunnen oplossen

Traditioneel gaat men bij problemen uit van de vooronderstelling dat we eerst de oorzaken moeten kennen (het medisch model), voordat we een probleem kunnen oplossen.

De oplossingsgerichte therapie laat echter zien dat er vaak weinig sprake is van een relatie tussen de ‘oorzaken’ en de oplossing van een probleem. Geen enkel probleem is er altijd en de therapeut moet onderzoeken wat de cliënt anders doet of denkt wanneer het er even niet is.

De cliënt definieert de behandelingsdoelen en is de expert

De therapeut is een hulpbron voor de cliënt. De therapeut en de cliënt onderhandelen samen over problemen en het ontwikkelen van oplossingen.

Weerstand is een onbruikbaar begrip en samenwerking is onvermijdelijk.

De therapeut staat niet los van de cliënt, of het cliëntsysteem (alle betrokkenen bij gezinstherapie) en hij of zij dient zich vanuit een samenwerkingspositie aan te passen aan de manier van samenwerken van de cliënt.

 

 

Overeenkomsten tussen oplossingsgerichte therapie en hypnotherapie

Hoewel oplossingsgerichte therapie een gesprekstherapie is en geen gebruik maakt van hypnose, maakt zij wel gebruik van een aantal aan de hypnotherapie verwante principes. Zoals al eerder in dit stuk vermeld is, is de wondervraag rechtstreeks afgeleidt de hypnotherapeutische techniek ‘pseudo-oriëntatie in de tijd’: een zich in hypnose verplaatsen naar een probleemvrije toekomst.

Net zoals Milton Erickson (een van de belangrijkste grondleggers van de moderne hypnotherapie) gaat de oplossingsgerichte therapie er van uit dat als je een grote verandering wilt, je het beste kan beginnen met een kleine verandering.

Beide modaliteiten stellen dat verandering snel kan gaan. Beiden richten zich op de hulpbronnen van de cliënt. Beiden stellen dat wat je als therapeut zoekt ook vindt. Zoek je als therapeut naar pathologie (psychische ziekten, stoornissen) dan vind je die bij vrijwel iedereen. Zoek je naar hulpbronnen dan vind je die; ook bij de moeilijkste cliënt.

Net zoals in de hypnotherapie stemt de therapeut zich af op de beleving van de cliënt. De therapeut verplaatst zich in- en erkent de realiteit van de cliënt. Zo ontstaat er voor de cliënt een ervaring van overeenstemming, die in de hypnotherapie de yes-set wordt genoemd. Vervolgens verruimd de therapeut de beleving van de cliënt door iets nieuws te introduceren, zoals een nieuw gezichtspunt, of het stellen van de wondervraag.

In het taalgebruik van een oplossingsgerichte therapeut zijn ook veel hypnotische taalpatronen te herkennen. Zo stelt de therapeut niet de vraag óf de cliënt zal veranderen, maar wat hij of zij doet wannéér hij of zij veranderd is, waarbij verandering geïmpliceerd wordt.